210.
Flora Ionck en schoon en prat,
Flora 't Puyckje vande Stadt,
Yder voor uytsinnich houdt
Dat zy niet een Blinden Trouwt.
'T schaat niet (secht sy) watmen praat
(Moey alles die 't niet aan en gaat)
Dat ick meest van hem varwacht
Doet men wel in duystre Nacht,