Psalm LIV.
1.
O God! verlos my door uw' naam,
En doe my recht door uwe kragten;
Hoor myn gebed, verhoor myn' klagten:
Want 's lands vervreemden spannen t' zaam
Tot myne zielverderfenis,
Daar dwingelanden meê na poogen;
Zy stellen God niet voor hunne oogen,
Terwyl hy doch myn helper is.
2.
De Heere is onder hen die tot
Myn' hulp zyn, hy zal 't kwaad vergelden
Aan allen die my strikken stelden:
Roei ze om uw' waarheid uit, o God!
Wyl ik dan willing off'ren zal,
En uwen naam, die goed is, pryzen,
Voor hulp in nood, voor heilbewyzen:
God' lof! ik zie myns vyands val.