Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm CXXXVIII.

1. Ik zal uw' lof uit 's herten grond Den Goôn in 't rond Met Psalmen zińgen, My buigen na uw heilig hof, Uw' roem en lof Doen opwaarts dringen, Om uwe gunst en waarheid t' zaam, Uw' grooten naam En woord ter eere. Wanneer ik riep verhoorde gy, En sterkte my Inwendig, Heere! 2. Al 't vorstendom der aarde zal, God boven al! Uw' lof uitgalmen, Zal, als 't uw' réden heeft verstaan, Van 's Heeren paên, Lofzingend', psalmen. Gods eer is groot voor ieders oog; De Heere is hoog, Maar ziet daarnéven De laagen aan; hy ziet omher En kent van ver Die zyn verhéven. 3. Als ik door angsten gaa, gy, Heer! Verkwikt my weêr; En teegen 't woeden Myns vyands strekt uw' regterhand Aan allen kant Om my te hoeden.

God zal 't voor my voldoen ten end': Uw' goedheid kent Noch paal noch perken; Verslap doch niet, verlies geen' moed, Om 't geen gy doet Vol uit te werken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove