H.
Haléluja! gy die den Heer
113
Haléluja! looft, looft den Heer:
106
Haléluja! met hert en zin
111
Haléluja! vol zaalighéden
112
'k Heb God zeer lief, wyl hy myn' stem in nood,
116
Heer! richt naer recht uw' knegt:
26
Heer! wy looven u al t' zaam,
75
'k Hef myn' stem op tot Gods ooren.
77
'k Hef myn' ziel tot u na boven,
25
Hoe goed is 't, en hoe lieflyk moet het toonen,
133
Hoelang, Heer! zult gy, door vergeet,
13
Hoe lieflyk zyn uw' woonsteên, Heer!
84
Hoeveel is 't Volk, o Heer!
3
Hoor, Heer! myn recht en myn geween!
17
Hoor, Heer! myn' stem in klagten uiten;
64
Heer, Isr'els herder! goed geleide
80
Hoor myn schreijen, bidden, klaagen,
61
Hoor, verhoor my, God der Goden!
86
Hygende als een Hart na stroomen,
42