Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm CXXX.

1.

Uit diepten van elenden Roep ik tot u, o God! Laat zig uwe ooren wenden Met veel opmerking' tot Myn' stem, gesmeek en béden. Indien gy acht wilt slaan Op de ongerechtighéden: Wie zal, o Heer! bestaan?

2.

Doch is by u 't vergeeven, Opdat gy werd gevreesd. Myn' ziel verwagt in 't léven Den Heere, en hoopt het meest Op 't woord van zynen zeegen; Myn' ziel wagt op den Heer, Als morgenwagters teegen Den morgenstond, ja meer.

3.

Laat Israël nu hoopen Op God, die, met de hand, Van zyne goedheid open, Verlost uit boei en band: Hy, die uit nood en lyden Verlost en red elkeen, Zal Isr'el gants bevryden. Van ongerechtigheên.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove