Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm LXX.

1.

Kom haast tot myn' verlossing' aan, Te myner hulpe, o Heer der Heeren! Doe hen met schaamte rugwaarts keeren Die my na ziel, na léven staan; Ja laat ze in schande komen t' zaamen Die zig vermaaken in myn kwaad, Ha! ha! gaan zeggen tot myn' smaad; Dryf ze af, ten loon' van hun beschaamen.

2.

Maar laat, verheugd zynde en verblyd, Al die u zoeken, na u tragten, Uw heil beminnen en verwagten Steets zeggen: lof zy Gode altyd. Doch ik, ik ben van ramp en nooden, O Heere! elendig overstelpt: Gy nu, die my bevryd en helpt, Toef niet, toef niet, o God der Goden!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove