't Gebéd onzes Heeren, nagevolgd.
1.
Onze Vader, die hierboven
In de hoven
Van der heem'len hémel woont!
Laat uw naam geheiligd weezen,
't Hoogst gepreezen,
En uw ryk eerlang vertoond.
2.
Laat uw wil en wils gebieden
Steets geschieden
Als in hémel ook op aard';
Geef, tot voedsel onzer léden,
Geef ons heeden
't Brood, ons daaglyks nut en ward.
3.
Ei! vergeef ons onze schulden,
Naauw te dulden,
Gants goedgunstig, als ook wy
Hen die teegen ons misdreeven
Schuld vergeeven;
Houd ons van verzoeking' vry.
4.
Red, verlos ons uit genade
Van het kwaade:
Want u is het ryk, de kragt,
En de hoogste trap der eere
Eeuwig, Heere!
Amen: 't zy alzo volbragt.