Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

't Gebéd onzes Heeren, nagevolgd.

1.

Onze Vader, die hierboven In de hoven Van der heem'len hémel woont! Laat uw naam geheiligd weezen, 't Hoogst gepreezen, En uw ryk eerlang vertoond.

2.

Laat uw wil en wils gebieden Steets geschieden Als in hémel ook op aard'; Geef, tot voedsel onzer léden, Geef ons heeden 't Brood, ons daaglyks nut en ward.

3.

Ei! vergeef ons onze schulden, Naauw te dulden, Gants goedgunstig, als ook wy

Hen die teegen ons misdreeven Schuld vergeeven; Houd ons van verzoeking' vry.

4.

Red, verlos ons uit genade Van het kwaade: Want u is het ryk, de kragt, En de hoogste trap der eere Eeuwig, Heere! Amen: 't zy alzo volbragt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove