Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm LXI.

1.

Hoor myn schreijen, bidden, klaagen, Om myn' plaagen Hier in 't verst des lands gedaan; Leid my, vry van schokken, hotsen, Heer! ter rotsen Daar ik zelf niet op kan gaan.

2. Want gy strekte my te vooren Tot een' toren Voor myn' trotsen weêrparty. 'k Zal in uwe but verkeeren, Heer der Heeren! Zo lang eeuwig eeuwig zy.

3. 'k Zal in 't heimlyke uwer vlerken My versterken; Wyl gy myn' gelofte, o God! Aangehoord hebt, en, van deezen Die u vreezen, My gegeeven 't erf en lot.

4. Hem, dien gy de kroon deed draagen Zult gy dagen Toedoen tot zyn jaarental; Dat by in geslachts geslachten, Eenwig te achten, Voor Gods aanschyn zitten zal.

5. Laat uw' gunst en trouw zig spoeden, Hem behoeden; Dat ik, Psalmende, eeuwig mag De eer van uwen naam verhaalen, En betaalen Myn' gelofte dag aan dag.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove