Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm CXXVIII.

1.

Welzaalig, ryk van zeegen, Elk die den Heere vreest, En wandelt in zyn' wégen! Gy zult, verheugd van geest, Den arbeid uwer handen t' Zaam eeten, en voortaan, Heilryk, in alle uw' landen Het u zeer we1 zien gaan.

2.

Uw' huisvrouw, uw behaagen, Zal, als de wynstok naast Uw huis, zeer vrugtbaar draagen; Uw' kind'ren zullen haast Als planten van olyven Omringen uwen dis: Gezeegend zal by blyven Die recht godvreezend is.

3.

God zal u zeegen geeven Uit Sion, en gy zult, Geduurende al uw léven, Van 't goede u zien vervuld, Gelyk Jeruz'lem méde; Gy zult, schoon oud, nog we1 Kindskind'ren zien; de vréde Zy over Israël.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove