Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm CXXI.

1.

Ik laat myne oogen bergwanrts gaan; Myn' hulp komt daarvan neêr: Doch is myn' hulp de Heer, Die aarde en hémel deed bestaan; Hy zal, 't zy op wat straaten, Uw' voet niet wank'len laaten.

2.

Nooit word door sluimering' bezwaard, Nooit heeft hem slaap ommoet Die u, die Isr'el hoed: Het is de Heer die u bewaart,

Uw' schaduw t' allen tyde Aan uwe, regterzyde.

3.

Geen' zon zal 's daags u hinder doen, Des nagts ook geene maan: God zal van alle kwaân Uw lyf en ziel to zaam behoên, Uw uit- en inwaarts treeden Van nu in eeuwighéden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove