Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm LXXXII.

1.

God staat in Gods vergaderinge, Dat by der Goden pleit voldinge. Hoelang zult gy in 't vals gericht Aanneemen 's zondaars aangezigt? Doet recht aan armen, ouderloozen, Aan die verdrukt zyn van de boozen; Helpt de armen, helpt ze uit droeven stand, En rukt ze uit der godloozen hand.

2.

Maar wyl ze, onkundig, 't pad der zonden Bewand'len, wank'len 's waerelds gronden. Ik noemde u Goden, ja, weleer, De kind'ren van den hoogsten Heer; Nogtans gy zult als mensen sterven, Als één van 't vorstendom verderven. Rys op, o God! richt de aarde alom: Gy hebt al 't yolk in eigendom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove