Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm XII.

1.

Behoud, o Heer! daar is geen goedertieren; De trouwen zyn by 't mensdom dun en schraal. Van agt'ren vals, van vooren vleijend vieren Is dubbelherts geveinsde troeteltaal.

2. De Heer snyde af en 's vleijers laffe lippen En 's zwetsers tong, die zeggen: ons de baan: Waar is de Heer die 't onze ons doet ontslippen? Maar God zegt zelf dat hy doch op zal staan.

3. Hy zal, om 't leed der lyd'ren, armen-klagten, Spyt valshert, spoên tot hun behoudenis; Zyn woord is rein, als zuiver zilver te achten Dat zévenmaal door 't vuur gelouterd is.

4. Gy zult ze, o Heer behoeden en bewaaren Voor dit geslacht tot in alle eeuwigheid. De boozen gaan rondom met heele schaaren, Als de ergste guit tot eer word opgeleid.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.