Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm CXXVI.

1.

Wanneer de Heere Sions schaar Ten kerkere uitbragt, was het haar Gelyk een droom; toen spraken wy, Vol lachchens, vol gejuichs en bly'; Toen zeiden heid'nen en geslachten: ‘God deed aan deezen groote kragten; God deed on-waarlyk groote daân, Dies wy tot blydschap overslaan.

2.

Wend van ons, Heere! en boei en band, Als stroomen in het zuidlyk land. Al wie zyn zaad met traanen zaait, Zal bly' zyn, juichende als hy 't maait. Die 't zaad draagt, dat men in den akker Zal zaaijen, weent, al gaande, wakker, Hoewel hy dock met bly' geschal Zyn' schooven binnen draagen zal.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove