Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm XI.

1. God is myn rots: hoe zegt men onderwylen, Maak vogelsvlugts op uwen berg te staan? De booze spant de boog, en legt zyn pylen By donk'ren nagte op vroome herten aan. De grondslag word voorzeeker omgesmeeten. Wat misdryf heeft de oprechte tog gedaan? God, immers, is in 't heiligdom gezéten.

2. Hy ziet en proeft, op zynen troop gesteegen, De vroomen en godloozen; maar hy haat Geweldenaars, en zal met eenen reegen Van strikken, vuur en zwavel, overmaat Van wind en storm hunn' beeker overstroomen. God is oprecht, hy mint het recht, en slaat Zyn teeder oog op alle waare vroomen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove