Skip to content
1733

Davids psalmen

Jan Belle

Psalm XCII.

1. Tot 's Heeren lof te spreeken, Met Psalmen, hoogste Heer! Te zingen tot uwe eer', Uw' goedheid vroeg te preeken, 's Nagts van uw' trouw' te kweelen, Zelf met tiensnaarig tuig, Luit, harp, voordagt gejuich, Is goed in alle deelen.

2.

Gy bragt my vreugd voor schanden. Door uwe daaden aan: 'k Zal vreugdetoonen slaan Om 't werk van uwe handen, Hoe groot zyn uwe kragten, O Heer, zo diep in raad! Geen weetniet die 't verstaat, Geen dwaas krygt in gedagten,

3.

Dat slegs de boozen groeijen Als 't kruid, als 't weelig groen, En zy, die 't onrecht doen, Maar enkel staan te bloeijen Om eens met smaad, oneere, Verdelgd te zyn altyd. Maar gy, de hoogste, zyt In eeuwigheid de Heere.

4. Want zie die u bevegten, Zie uw' partyen aan; Zy zullen, Heer! vergaan, De werkers teegen rechten, Verstrooid, niets meer vermogen: Maar, dat uw' gunst my blyk', Gy zult myn' hoorn gelyk Des eenhoorns hoorn verhoogen:

5. Ik ben gezalfd, begooten Met olie, vers en groen. Ik zal myn oog voldoen Aan hen, die my, beslooten, Verspiên aan alle zyden; 'k Zal hooren 't geen aangaat De werkers van het kwaad, Die t' zaamen my bestryden.

6. 't Oprecht geslacht der vroomen Zal als een palmboom staan, In groei en bloei opgaan Als Libans Seederboomen. Die in het huis des Heeren Geplant zyn, zullen wis In Gods voorhoven fris Aangroeijen en vermeêren.

7. Al zyn ze ook oud van dagen, Met zilverhair bezet, Zy zullen, groen en vet, Volwassen' vrugten draagen.

En preeken, vol geleerdheid, Dat God recht doet, recht gaat: In hem, myn toeverlaat En rots, is geen verkeerdheid.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Davids psalmen · Jan Belle · Poetry Cove