Skip to content
1853

Jongelingsdroomen

Jan Beers

XII.

Doch ik verschoot op eens Als uit een slaep geschokt. Eene zware hand Was op mijn schouder neêrgevallen: - 'k zag Verwilderd op, en zag mijn vriend, die naest

Mij stond en met zijn schalkschen lach mij vroeg: ‘Nu, droomer, hebt ge lang genoeg gedroomd?’ Gedroomd! dacht ik, - helaes! 't is waer, ik ook, Ik ook heb maer gedroomd! - En ik stond op, Gaf mijnen vriend den arm, en peisde, wijl We huiswaerts gingen: Ja, 't was slechts een droom! Maer toch.... God is zoo goed! God is zoo goed!

1845.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jongelingsdroomen · Jan Beers · Poetry Cove