Skip to content
1853

Jongelingsdroomen

Jan Beers

IV.

En langzaem zonk mijn hoofd op mijne borst: Het wierd mij of er een betoovering Langs ieder zintuig tot mijn binnenst drong, En al het heimelikste, dat er in De diepste diepten van mijn herte sliep, Kwam wakker zingen; - 't wierd mij of mijn ziel Werd van den vleesche losgemaekt; want 'k zag Niet meer met de oogen mijnes lichaems, maer Alleen met de oogen mijner ziel: - ik droomde, En 't leven van mijn hert was in dien droom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jongelingsdroomen · Jan Beers · Poetry Cove