Skip to content
1853

Jongelingsdroomen

Jan Beers

II.

Doch eensklaps kwamen we aen een vlakte, die Te midden van dat bosch gelegen was. Ik bleef daer staen; want lieflik was die plek, Eenvoudig-lieflik. 't Was een klaverwei, Zachtgroen fluweel, met bloemen rijk bestikt, Doorkronkeld van een murmelende beek, Te midden van de statigheid des wouds U zoet verrassend, als een teeder woord, Dat onverwacht gehoord wordt uit den mond Eens grijzaerds, die van strenge wijsheid spreekt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Jongelingsdroomen · Jan Beers · Poetry Cove