Skip to content
1869

Gevoel en leven

Jan Beers

IV

Gegroet, o grondverslinder, schattenkweeker, Lichtplenger, volkverbinder, jukverbreker, Gegroet, reuzachtig stoomgevaart! Gegroet, gij zoon der Vrijheid, jonger broeder Der Drukpers, die met haar 't rijk uwer moeder Onwrikbaar vesten komt op aard!

O! vrij moog blinde wrevel klagen: ‘Wat wrocht onze eeuw toch, dat het knagen

Des tijdstrooms zegerijk veracht? Gij, dwergenras uit onze dagen, Wat aanwinst hebt ge al bijgedragen Bij 't erfdeel van het forsche voorgeslacht?’ - Wij, fier op twintig wondren 't oog geslagen, Wij toonen enkel u, o wonderwagen, En durven dan der toekomst vragen: ‘Wat eeuwe heeft u meer gebracht?’

Daar staat hij, op zijn drie paar raderen Log-rustend, tot zijn meester komt! Hoort! 't is of in zijn koopren aderen Het rommlen van een vuurberg gromt! Roodgloeiend flonkren reeds zijne oogen, Als peilden zij de onpeilbre baan, Waarop hij, bliksmend voortgevlogen, Straks zich in 't ruim mag domplen gaan. Zweet lekt hem uit den muil, en vonken; En, bij het immer zwaarder ronken, Dreunt soms een siddring door zijn schonken, Als bromde hij: ‘'k ben klaar, kom aan!’

Ha! 't is genoeg in de ijzren longen Den vreeselijken reuzenstrijd

Van 't water met het vuur bedwongen! Daar komt de meester, die den vuurdraak rijdt, Hem luchtig op den rug gesprongen! Daar heeft het monster de aftochtsklok gehoord, Wier helle stem hem vroolijk toeroept: ‘Voort!’

Voort! - en woest-snuivend proest en spuit De draak een dubble golp van dampen Voor zich, en slaat zijn zware klampen Traag-kuchend van weêrskanten uit. Voort! - en het horten en het stampen Wordt kort en korter; voort! - en luid Gilt over bergen, over dalen, Die 't siddrend wijd en zijd herhalen, Nu 's monsters wild triomfgefluit.

En daar spuwt hij, en stuwt, als een wapprende pluim, Zijn gloeienden adem door 't daverend ruim; Daar schokt hij, en snokt hij, in rammlende vaart, Door stof en door nevel zijn eindloozen staart! En bij 't hollende stoomen Ziet huizen en boomen, Ziet bergen en stroomen Verschijnen,

Verdwijnen, In 't vluchtend verschiet! Ziet ginder een toren Opdagen van verre, Aanrukken naar voren, En, rijzende sterre, Wegkentelen En wentelen In 't niet!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gevoel en leven · Jan Beers · Poetry Cove