Skip to content
1815

Parnas-Galm

Jan Arnold Borght

Aan de hoog-vorstelyke bondgenooten.

Aanvang. Aanspraak, herkenteniss' over ons Geluk door hen bewerkt... - Aan den Koning van Neêrland - Gevoelige Erkentenisse aan zyne Edele Kunst-drift, enz., enz., enz. - 'T geluk van Parys, door 't bezitten der Kunst-schat. - Aan de jonge schilders: Uytweyding. - Nog iets aan de Vorst wegens 't roven van het Kabinet in den Haag, over 't Stier-Stuk van Potter. - - Woede der Paryssenaars, over 't verlies hunner schatten. - Schertzende Vergelykenissen. - Gods regtvaardige Straf op de boosheyd. - Slooping van 't Muzeüm. - Ieder koomt om het Zyne. - Beklag over hunnen Ramp. - De Nèderlanders zullen in kunst-min ontsteeken. - Aan Antwerpen; hunne kunst-drift lange Gesmoord, word herbooren. - Alles blaakt voor Schilder-kunst. (Redeneering). - Vooruytzigt dat de kunst hier buyten gemeen by deeze nieuwe Hérstelling zal gehandhaafd, en beloond worden: - (uyt weyding). - De Vrede zal mede de Bron zyn deezer vergrootende Kunst-Praal. - - Koomst van de Gezanten met de Schilderyën - - en slot.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Parnas-Galm · Jan Arnold Borght · Poetry Cove