Skip to content
1721

De konst der poëzy in Nederduytsche verssen

Jan Antoon Labare

Aen den zeer Edelen, Achtbaeren en Konst-lievenden Heer M'her Jan Charles Peellaert,

Heere van Steenmarre, Westhove, &c. Erfachtigh Ridder van het Heyligh Rijck

Schepen, En Jeghenwoordigh voor de vierde-mael

Burgh-meester

's landts vanden vryen.

Roem-waerden Heer

Aen-geport door de ghenegentheydt tot de Rijm-en-Reden-Konste, hebbe ick somtijdts de ledighe Uren die de dagelijckxsche Besigheydt mij toe-

liet, wel willen besteden, in het op-stellen van de volghende Verssen, behelsende de Konste der Poëzye; trachtende naer het voor-beeld van Horatius, en Despreaux, de Konst-minners van mijne Geboorte-Stad-Brugge, en alle Nederlandsche-Tael-genoten daer mede Dienst te doen: Aengesien tot nu toe geen dusdanighe Onder-richtinghe in de Nederduytsche Taele is aen den dag gekomen. Immers gelijck alle Eerstelingen selden in d'uytterste volmaecktheydt te voorschijn komen, soo kan het geschieden dat dweers-dryvende Geesten hier in oock wat sullen te beknabbelen vinden. Tegen de welcke ick mijnen toe-vlucht neme onder de Bescherminge van U.E. als wesende Hooft-man van de Oud-vermaerde en VVijd-beroemde vrije Reden-Gilde de VVeerde Drie Santinnen, van de welcke ick mij bevinde.

U. Edelheyts mede Konst-genot

J: Labare.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
De konst der poëzy in Nederduytsche verssen · Jan Antoon Labare · Poetry Cove