Skip to content
1600

Den lvst-hof van de christelicke zielen

Jacobus Viverius

[Troostelicke Antwoorde des H.Gheestes] Op de wijse van den 38. Psalm Davids. LAet Vrees, Suchten, Straffe, vaeren, Die beswaeren Sondaer, dijn beangst ghemoet: Het Gheloof, Ghedult, end' Hope, Zij Syrope Om dijn smert te maken soet.

I I. Het Gheloof op Christ ghebouwet Dij ophouwet: Och Gheloof is Schilt en cracht, Laet vrij druckes winden blasen En seer rasen Het Gheloof maeckt lijden sacht.

I I I. Sondigh mensche, wil niet beven: Christ dijn leven; Van sond' en straf dij ontlast. O de Wet can dij niet schaden, Laet' haer smaden: Stae du maer op Christvm vast.

I V. Christi onderdanich lijden Ende strijden, Sijn voldoeningh is voor dij: Dus als de Wet dij beswaret En vervaret, Roep': Het Lam betaelt voor mij !

V. Siet ! Christ, vol rechtveerdigheden, Heeft gheleden T'gheen dat dij te lijden stondt: Dus als dij de Wet vertsaghet En beclaghet, Segt dan: Christvs draeght de wondt !

V I. Niet in dij is Sina vierigh: Straffe gierigh De Wet dij niet can aendoen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.