[Troostelicke Antwoorde des H.Gheestes]
X I X. Dijn vertrouwen, Troost, en Haven, Die begraven, Den doodt heeft door zijne doodt, Is het Lam dat dij doet leven, Sonder beven, Door den Geest, des Zieles broodt !
I I I. Rvst-stede.
X X. De doodt is ghedoodet selve: In de delve, Van des Lams bloedt sij versmoort: Och de doodt can dij niet schaden: Door ghenaden Des Lams doodt den doodt vermoort.
X X I. Het Lam, dat doodt, ende helle, Vol ghequelle, Eertijdts voor dij heeft ghesmaeckt, Comt van doodt end' hel ontlaeden Niet can schaeden: God van d'Hel een Lusthof maeckt.
X X I I. Dijn ziel ende lichaem mede Hebben vrede: Want sij zijn ghewasschen reyn In des Lammes bloedt onsondigh, Met doodt wondigh Heeft ziel noch lijf niet ghemeyn.
X X I I I. O set dij die vreught voor ooghen Die men tooghen Noch begrijpen can al hier, O gheluckigh bistu seere: Want de Heere Is dij voor wee goedertier.
I V. Rvst-stede.
X X I V. Het gheseghent Saedt belovet Het hoofdt clovet Van die Apostaetsche slangh. Nu goen moet, O ziel bedroevet: God dij proevet Doch de croon naeckt dij eer langh.
X X V. Michael den Enghel crachtigh
Cookies on Poetry Cove