Skip to content
1600

Den lvst-hof van de christelicke zielen

Jacobus Viverius

Op de wijse, van Guillelmus van Nassouwe. * WAt volck sie ick hier comen, O Mannen, langhs het strandt ? Mijn hert beghint te * schromen: Och hier is den vyandt ! Hoe comt hij ons verraschen Als eenen Wolf verwoedt: Sijn' handen wilt hij wasschen In ons * onnoosel bloedt ! I I. Laet ons den naem des Heeren Aen-bidden, Vrinden weerdt, Dat hij van ons wil keeren Den vyandt met zijn sweerdt: O Heer, wil ons verstercken In dese * banghe uyr; Zij onse Bollewercken; Zij onsen schildt en muyr ! I I I. Nu is mijn hert vercloecket Als waer ick eenen Leeuw. O Spaensche Wolf vervloecket, Om niet is dijn gheschreeuw. * Hier, hier, O mijn Crijghs-knechten; * Gheeft vier, gheeft vier, gheeft vier; Wilt nu als Leeuwen-vechten: God sal ons helpen hier. I V. Daer ligghen sy * versmooret Als honden in haer bloedt: Want God die heeft ghehooret Haer dreyghen vol hooghmoedt. Nu is het al * Ghenaede ! Doch het is al te laet.

Die vlieden wilt van schaede, Moet vlieden * hooghmoedt quaet. V. * Maer ghij, O goede lieden, Die op den Heer betrouw't, Wilt naer den Heere vlieden Als u Ziel' is benouw't: Soo sal God voor u strijden; Ghij sult hem gheven lof. Elck love met verblijden Den Heer van't Hemelsch hof. V I. Dij loven alle tonghen O God, om dijn Ghenaet, En dij wordt lof ghesonghen; Elck comt tot dij om baet. De Zee * clapt in haer handen; De Duynen springhen op; De boose comt tot schanden: Hij slorvet torens sop. V I I. O * Mauritz, t'allen tijden Sal ick dijn hulpe zijn: Ick sal dijn Ziel verblijden Als Zieles Medecijn. Den vyandt sal ick gheven In dijne handen reyn. Looft God en wilt wel Leven: God * straft en helpt alleyn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.