Skip to content
1655

Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt

Jacob Westerbaen

j. Pause. 6 O Vyand, is’t nu al geschend, Is de verwoestingh nu volend? Sijn onse Steden nu te gronde? Is nu met hen haer naem verslonde?

7 O Neen, de Heer is aen ons sy, Sijn hand blijft ons voor eeuwigh by, Hy is op zijnen Throon gestegen En sit aldaer om recht te plegen.

8 Ghy sult vernemen wat hy uyt Die steeds rechtvaerdigh vonnis sluyt; Hy sal van recht noch reden wijcken En over ’tvolck zijn oordeel strijcken.

9 Hy is een burgh ter quader tijd Wanneer men hier vervolgingh lijdt, Hy is een Slot om op te vluchten Voor die hier onder ’tKruys versuchten.

10 Dies wie zijn naem te recht verstaet Die houd hem voor zijn toeverlaet, Want hy en laet hem niet in lijden Die tot hem roept in banghe tijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.