Skip to content
1655

Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt

Jacob Westerbaen

H.

Heer, dat ick om mijn zonden.6. Het Aerdrijck en wat het omringht.24. Hoogh wil ick heffen uwen lof.30. Hoort volckeren, al wie op d’aerde woont.49. Hoe dat het in de wereld staet.62. Het is gewis, ick weet het wel.73. Houw u niet langer stil, o Heer,83. Hoe liefelijck, hoe soet vertoont.84. Heere, wilt dijn oore neygen.86. Heere, toevlucht aller vroomen.102. Het love God al watter is.117. Hy die op God stelt sijn vertrouwen.125. Hoe lieflijck is’t dat broeders saemen woonen.133.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.