L.
Leert u gericht den Koningh weeten.72.
Looft God, mijn ziel, en wilt sijn eer verbreden.103.
Looft God, en wilt hem eer bewijsen.105.
Looft God met een recht-danckbaer hert.106.
Looft God en prijst hem t’aller uyren.118.
Looft God, gy die sijn Priesters zijt.134.
Lof zy God, want hy is goed.136.
Lof zy de Heer, hy moete zijn gepresen.144