Skip to content
1655

Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt

Jacob Westerbaen

j. Pause. 5 In sijn beloften en verbonden Is noyt veranderingh gevonden, Sijn woorden hebben stand en kracht Tot in het duysendste geslacht, Van eeuw tot eeuw, van stam tot stam; Hy houdt sijn woord aen Abraham;

6 Sijn woord, daer nae met eed bezwooren Aen Isaac, sijn uytverkoren, En voorts in Israel geset Tot een onbreeckelijcke wet, En tot een vast verbond gemaeckt Dat nemmermeer ten eynde raeckt.

7 God sprack tot Iacob in sijn droomen: ’t Land daer gy leght sal u toekomen, Ick geef het u ten lot en deel, Al waeren sy dier tijd niet veel, Al waeren sy niet sterck gemant En vreemdelingen in het land.

8 Al zwerfden sy door veele Rijcken, Van volck tot volck, van wijck tot wijcken, God was met hen en wou noch lee Dat eenigh mensch haer onrecht dee, Oock heeft hy om haer voor te staen Straf over Koningen gedaen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.