Skip to content
1655

Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt

Jacob Westerbaen

iij. Pause. 10 God sal haer, die hem vreesen, spaeren: Hy salse redden van de dood Om haer by ’tleven te bewaeren In dieren tijd en hongers nood. Dit is ons vertrouwen,

Dies wy op hem bouwen, Hy is onse schild, Die ons sal behoeden Hoe de boose woeden Hoe het quaed ons knilt.

11 Ons herten zijn als uytgelaeten, Wy zijn, o God, in u verblijdt Om dat gy tegen die ons haeten Een vaste burght en toevlucht zijt: Daerom, Heer, bereegen’ Ons met uwen seegen, Doet uw milde hand Over ons luy oopen, Geeft ons ’tgeen wy hoopen, Laet ons niet in schand.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.