Skip to content
1655

Davids Psalmen in Nederduytsche rijmen gestelt

Jacob Westerbaen

Pause. 5 Maer laet ramp en ellend woelen En sich heffen tegen my, Noch sal ick in’t eynd gevoelen Hoe goed dat de Heere zy; Daegs sal my zijn gunste voen, ’s Nachts sal hy my singen doen, Om dat hy my ’tlieve leeven Heeft als op een nieuw gegeven.

6 Waerom (dus so sal ick spreecken) Ben ick, Heer, uyt uw gedacht? Moet ick staegh in droefheyd steecken Om mijns vyands meerder macht? ’tIs een dood-wond in mijn hert Die van hem gegeven wert, Als ick daegelijx moet hooren: Waer’s uw God, is hy verlooren?

7 Waerom zijt ghy dus verslaegen, O mijn ziel, en sonder rust! Wacht op God: eer weynigh daegen Sult ghy krijgen stof en lust Om te looven uwen God Voor een ander beter lot, Want hy sal u soeter tijden Geven na dit bitter lijden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.