Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Over de Heyl-same-ver-rijsenisse, onses eenigen Salig-makers Jesus Christus. Stem: Van den 45 Psalm. Mijn hart wil nu een seer, &c.

1. DAar klimt de Sonne, die eerst neder-daalde: Wiens held're-glans dit gansche rond bestraalde: Daar rijst het Licht, en 't Leven uyt de Dood: Daar word het Graf van 't levend-Lijk ontbloot. De Eersteling van die daar zijn ont-slaapen:1. Cor. 15. 20. Die hy verlost heeft: en tot Heyl geschapen.Eph. 2. 10. Want door sijn kracht hy 't duyst're-graf ontsprong, En 's Duyvels-macht, en 's doods ge-weld, bedwong.

2.Jos. 10. So moet een Dach, uyt Nacht, te voorschijn komen:Esa. 38 So vloeyd uyt Steen, en Been de soete-stromen:Exo. 17 6.

Exo. 16. 13.So voed Gods-volk, d'on-vruchtbare Woestijn: Num. 9. 17.So moet een Wolk, een Vuur, haar Leyders zijn: So moet de vloed, haar Banen veyl'ge-Wegen: Exo. 14. 22.So moet de Vloek, haar dienen tot een zegen: Num. 23. 8.So groeyd en Bloeyd, de Priesterlijke-staf: So komt den Vorst des Levens, uyt het Graf.

Num. 17. 8.3. Heb. 9.So moet dien Rots, den waren Rot-steen, wijken: Luce. 24. 7.So doet dien Held, sijn grote krachten blijken: So word sijn over-winning hier geloond: So word dien Heer met Heerlijk-heyt gekroond: So toond dien Soon des Menschen, ons sijn God-heyt: So vlien de Dode-wachters (vol van sotheyt) Voor 's Levens-Straal: mits het niet kan geschiên, Dat Doden 't Leven souden konnen sien.

4. Wat soekt gy dan het leven by de doden ô Vrouwen? segt doch haar (die-zijn gevloden) Dat Jesus thans is waarlijk op-gestaan: En voor u (na sijn woorden) uyt-ge-gaan. Hoe sou het graf hem houden (als benepen?) Die noyt geen plaats, noch ruymte heeft begrepen. Die met sijn woorden, alle dingen draagd. Die in beloft, noch ook in straf, vertraagd.

5. Nu Christus, dan is uyt den dood ver-resen, Laat ons sijn trouwe, achter-volgers wesen: En doden, en hegraven, 't aardsch'-lichaam: En op-staan van den doden, al-te-saam. Want die hier so (met Christo weêr ver-rijsen, Die sal hy seker, eeuwig, salig prijsen: Mits vloek, en kruys zyn door sijn kruys gekruyst: Die door d' op-standing, ons by Gode huyst,

6. o! Jesu, Ware-mensch: en God, al-machtig: Maakt uwe Dood, en op-staan, in ons krachtig. Gebied na wil, en geeft dat gy gebied: En onder-stut in ons 't gekreukte-riet. Dewijl u bloed, van on-heyl, ons verlosten: Besprengd daar mé, (Heer) onser zielen-posten: En maakt ons so, van den Verderver vry. Dat u ver-rijsen ons een op-staan zy.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove