Op 't Bruylofs-Feest van 't jeugdige Paar, Isaac Deurhof, En Cornelia van de Rosieren. Stemme: Droeve Princesse.
1 ALle geslachten Voor onse tijden Hebben Getroud, En Trouwen noch: Laat ons dan trachten (Vluchtig) te mijden 't Schandig, en stout, Ia valsch-bedroch Van den groten hoop, Die dese staat verbieden, Om also te vlieden 's Huw'lijks-ongeval: 't Geen des Werelds loop Verwekt, in vele lieden, So men siet geschieden Hier, en over-al. 't Welk niet en geeft, Noch Huw'lijks wetten veld: Om dat den Heer die heeft Self in gesteld.
2 d' Eeuwige-Godheyt Heeft ons gegeven
Sulken natuur, Die hier toe strekt. 't Is dan een sotheyt So niet te leven, Als tijd, en uur, De kracht verwekt: Na gelegenheyt Van 't Goddelijke voegen, Tot des Lijfs genoegen, d' An-geboren-lust: Die den mensch bereyd Een troostelose-wroegen, Als men soekt te ploegen Om een korte rust: So dat door haar De kuysheyt word geweerd: Daar 't Huwelijk (voorwaar) Gods Kerck vermeerd.
3 Hier is de keur of An dese beyden: Dien 't Huwelijk (Na wensch) om helsd: Sy, die sich Deurhof, Deur velden, leyden In groente rijk, Be-lind, Be-elsd, En belauwerierd: Waar op de pluym-gedieren (Huppelende) swieren, Met een groote-graagt. Laat ons ook (vercierd) Met vreugd, dees' Bruydlof vieren: Prijsen de Rosieren:
Dat den Amstel waagd van dit besluyt: Wanneer de vlugge-'t Gerucht.Faam, En haren Weergalm uyt Dees' beyder naam.
4 Zegen, en voor-spoed Wil u verlénen Die u ver-eend, En heeft gepaard: So gy in't spoor voet, En klau, en bénen, Plaatse verleend: De trou bewaard. Zijnde onbesmet: Gelijk gy poogd te blijven, Sonder twistigh kijven, Als twee Duyfjes 't saam, Na des Heeren Wet: Op dat gy als Olijven (Vrucht-baar) meugt beklijven: In u Scheppers naam. Dit is mijn wensch: En bidde ook den Heer, Dat hy so yder mensch Het Huwen leer.
Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove