Uytgesproken op het Bruydlofs-Feest van Ian Gelendonk, Bruydegom: En Helena Core, Bruyd. Beyde te samen ver-énigd in den Echten-staat, en openbaer bevestigd: in 't Kasteel Delmina, op de Goud-Kust van Guinea, in Africa: den 18 van Slacht-Maand 1646.
IN al 't geen hier heeft sijn wesen, Sijn bewegen, sijn gevoel, Is Geselligheyt te lesen: Als het roer van 't aardsch gewoel: In de mensche (die de reden Als een Stuurman van den aart, Laat de hoogste plaats bekleden) Is Geselligheyd gebaard:
't Geen maar wesen heeft ontfangen, Heeft ontfangen sulken kracht Dat het (als met groot verlangen) Sijns gelijk te Telen tracht: 'tGeen (hier boven) noch 'tbewegen Van den aller Goden God Heeft seer mildelijk verkregen, Voed de Teel-sucht: tot een lot:
't Geen (hier neffens) noch het leven Is van Gode mé gedeeld, Word die eygen-schap gegeven, Dat het sijns-gelijken Teeld: 't Geen de reden (boven allen) Tot een richt-snoer van sijn drift, Tot een steundsel, voor het vallen Heeft in sijn gemoed gegrift.
Woond de Teel-sucht om te Telen: Om te Baren sijns-gelijk: Woond de Speel-Sucht om te Spelen: In des Werelds machtig rijk.
Om te Telen sulke beelden Daar de Teelders sich in sien, Word gepleegd de aardsche-weelden: Die om reden mach geschien.
Om de Teling vast te maken, Om te kennen elks geslacht, Om an 't eygen erf te raken, Om een ordentlijke-macht, Om de kuystheyt t' onder-houwen, Om de eer, en eerbaarheyt, Om de hoerdery te schouwen, Is den Echten-Staat bereyd.
Is hier (van den God der Goden) t'Saam gevoegd een Man, een Wijf: Die hy (eeuwig heeft geboden Een te zijn, in haar bedrijf. Dit's de grond van alle gronden, Door den Schepper self geleyd: Dit kan stoppen alle monden, Schoon ook wie daar scheld, of vleyd.
Dit's de wortel van gesinnen: De gesinnen, van een Stad, En haar Burgery daar binnen: Die het Burger-recht bevat: Uyt het Burger-recht, en zeden, Komt het Geestelijke-recht: Spruyten Christi ware leden: Die den Duyvel steeds bevecht.
Als hy poogd die Staat te bréken,1 Tim. 4. 1 en 3. Daar de Wereld gansch op rust: Door veel snode valsche-tréken, Die een yder zijn bewust. Hier en tegen is op heden Onsen Bruydegom geweest: 't Geen hy (boven vaste Eden) Toond op dit sijn Bruydlofs-Feest.
Hierom staakt Helena 't lopen Voor hem, die haar langen tijd (Met veel suchten, duchten, hopen, Gansch on-seker) heeft gevrijd: Eynd'lijk is hy nu gekomen Tot sijn oog-wit: boven al: Die hy heeft ter Echt genomen, Hem voor eeuwig houden sal.
Dat sijn plicht is moet ik tonen: Haar te lieven, als sijn ziel: By haar (als sijn Helft) te wonen, Die hem in het hart beviel: Want de Vrou is niet geworden Van het hoofd, of voet des Mans: Om te leeren sulke orden In het Huwelijk althans:
Sy moet geensins hem regéren, Noch van hem vertreden zijn: Maar hy moet haar (billijk) éren, Als het hoofd', in allen schijn. Dat haar plicht is moet sy weten: Eer', en vrees, hem (met bescheyt) Na de reden, toe te meten: En voor al gehoorsaamheyt.
Dat ons plicht is, wy haar gasten, Diend op-heden an-gemerkt: Droefheyt noyt genode pasten, Mits de wijn geen treuren werkt: 't Is dan recht dat wy volbrengen 't Geen den Bruydegom gebied: Die geen suffen kan gehengen, Nu sijn hoogste-wensch geschied.
't Is dan recht dat wy haar wenschen, Dat haar 't Huwelijk vernoegd: Dat Gods-zegen haar (allenschen) Word van boven toe-gevoegd. 'k Wensch u (uyt ons aller namen) 't Geen gy wenscht, Ian Gelendonk: (So u wensch is na 't betamen) Dat God oyt sijn Kinders schonk.
'k Wensch u hier sijn milde zegen, En voorsichtigheyt daar by, Dat het geen gy hebt verkregen Waarlijk u ten goede zy: 'k Wensch u dat gy meugt genieten Kind'ren, eygen lichaams-saad: Stutten in des tijds verdrieten: Rechte vruchten van dien staat.
'k Wensch u saligheyt, in 'teynde: 'k Wensch u een gewenschte-naam: Die geen quade dat verkleynde, In 'tverkonden van de saam. 'k Wensch Helena u geen schaken, Noch de schuld van Troyens-val: Maar het best van alle saken, In dit aardsche tranen-dal:
'k Wensch u dat gy meugt verlaten Dit u eygen Moeder-land: En diens duysternissen-haten, Met hem die u geeft de hand: Dat Guiné (daar gy bejaarde) U geef an Batavia: Daar Gods-Geeft u wederbaarde: Ook tot spijt van Africa.
Dat men kan in u vertonen Noahs woord: en ware-stem: (Na dat Iaphets saad sal wonen In de hutten noch van Sem:) Dat den vloek in Cham op-houde, En op hem den zegen daal, In u na-saad: dat sich boude Onder Gods-volk: altemaal.
Jacob Steendam. Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove