Op het Bruydlofs-Feest van Valentyn Midden-dorp:
En Ester Lee-Pluk.
Stemme: ô! Heylig Salig Bethlehem.
1
HEt heyl op-queekster van 't geluk
Heeft hier haar plaats, haar stee genomen,
Tot na-deel van on-heyl, en druk:
Die Godes vrienden so ontkomen.
2
Siet hier een tijdelijke Echt
Dringt ons gedachten, door de Wolken:
En toond hoc dat wy zijn gehecht
An Christus: boven alle volken.
3
Bedenkt, betracht dit jonge-jeugd:
Schuwd d' ydelheyt gy twee ver-eende:
Op dat geen kriele, wulpse-vreugd
U harten (tegen reên) versteende.
4
Gy vrienden van dit jeugdig Paar
(Wiens feest wy nu op-heden vieren)
Merkt hoe den Heer haar heeft te gaar
Gevoegd: als Vader goedertieren.
5
Wiens Wet den genen onderhoud
Die sich om-gord met d' Huw'lijks-banden:
Mits dat het beter is getroud,
Dan in on-kuysse lust te branden.
6
Hier is de baan u klaar gemaakt,
Gy jongmans, en gy preutse maagden:
Dies wacht u, dat gy niet en laakt
Het geen der Goden-God behaagden.
7
Maar maakt dat dees' bedaagde-feest'
Mach jonge, jonge-feesten baren:
Die dit begeerd met hart, en geest,
Die mach het sijn Vriendin verklaren.
Noch vaster.