Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Eygen-andwoordende Weer-galm: Op de voor-gestelde sin-rijke vragen.

TOt sterven word den mensch (van 's moeders lijf) geboren. Tot leven heeft hem God (voor 's werelds-grond) verkoren. Door moet-wil leefd hy niet gelijk hy leven sou. Door straffe heeft hy niet het geen hy hebben wou. In moeyt bestaat (geheel) sijn tydelijke-leven. In heyl bestaat het geen dat God hem poogd te geven. In rust bestaat de dood diens die in Christo sterft. In 't onwaardeerlijk-goed, diens die de selfde derfd. Ik spreek gelijk gy doet Foullon en uyt mijn vragen, Wiens méning ik altijd de wereld wil voor-dragen. Ik volge mijnen plicht, en roem u met een lied: Die dus het oog-wit treft dat al de wereld siet,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove