Ge-uyt over de genaden-rijke geboorte, en menschwerding des Soons Gods, Jesu Christi. Stem: Van Psa. 35. Twist Heer met mijn twisters.
1. GY sondaars die u val betreurd, En nauwelijks het hoofd op-beurd, En voeld een worm u boesem knagen,
Door's Wets verwoede donder-slagen: Recht u nu op, tot ware boet: Wan-hoopt doch niet, maar grijpt een moet: Want Hy die al u sonden draagd, Is thans Geboren, uyt een Maagd.
2. Het Saad der Vrouwen lang beloofd, Te morsselen der Slangen hoofd: En u te rukken uyt de handen Van u vervloekte erf-Vyanden: Door d'onverwinnelijke-kracht Des Leeuws: uyt Iuda voort gebracht: Dien Moedigen, en Dap'ren-Held. Nu Kroon, en Staf zijn neer geveld.Gens. 49. 10.
3. Hy is het Saad van Abraham: Uyt wien ons oyt den Zegen quam. En Davids Kroost, en Jesse-Wortel: Hy giet ons Melk, en lieflijk-portel, En soeten-Honig in de mond: En Wijn, en Oly, in de wond. Hy wascht ons in sijns Bloeds-Fonteyn: En maakt ons suyver, wit, en reyn.
4. Hy is der Eeuwen Vader self: Den Schepper van het blau-gewelf: Hy is den Dach, en 'Tlicht der Heyden: Den Harder die se wel sal weyden Die met sijn woord, en waarheyts-staf Of is tot heul, of is tot straf: Of is gesteld tot lach, en wee, Of tot een val, en op-staan, mee.
5. Hy is de Soon des groten Gods Hy is de Steen, en vaste Rots.
Hy heeft ons eeuwig uyt-verkoren, En draagd daarom des Vaders toren: Heb. 1.Hy is Gods uyt-gedrukte Beeld: Die uyt sijn wesen is geteeld: Psa. 2.En (wonderlijk) van hem gebaard, Self voor den tijd, die noyt verjaard.
6. Dit's seldsaam dat den allen Al Is (in een arme Beesten-stal) Versmadelijk van elk verschoven: Gedaald uyt 's Vaders throon, van boven: Dat God (die 't alles heeft bereyd, De Sonne der gerechtigheyt) Als met een Wolk is overdekt: Door sijne Menscheyt: onbevlekt.
7. Geen schijn van menscheyt, voor 't gesicht: Heb. 2. 17.Geen menscheyt die 't vernuft ons dicht: Maar Ware-Mensch (als wy) geboren: Die d' eygen-schappen toe-behoren, Den Aart, en Wesen, Ziel, en Lijf: In allen buyten 's Mans bedrijf: Een God uyt God, van eeuwigheyt: Een Mensch uyt Mensch, ons toegeleyd:
8. Door hoge-werking van Gods Geest: Die hier in krachtig is geweest, En heeft gewrocht dit grote wonder: Dat God (wiens stemme is den donder) Hem nu laat horen als een Kind, En die men waarlijk dus bevind: Dat God Mensch is, en by ons leefd: En dat een Maagd geboren heeft.
9. Bedenkt, dit is bedenkelijk Ô Sondaars! dat het Koningrijk Der Heem len u begind te nad'ren: Gewenscht, verwacht van onse Vad'ren. Daarom neemt nu den tijd wel waar: Om-helsd, en soekt, den Middelaar: Want daar en is geen ander naam Tot heyl der saligen te saam.
Cookies on Poetry Cove