Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Op het Bruydlofs-Feest van Vincent Adriaansz. Roskam, En Maria Rodrigo. Stemme: De still' eensame, &c.

1 WAt was het leven van den mensch (Ten nausten onder-socht) So men des levens hoochste wensch Hier niet genieten mocht? Een stage moeyte, sonder rust: Een arbeyd, sonder loon: Een grote graagte, ongeblust: Een strijden, sonder kroon.

2 Dit heeft versind, het Lieve-paar, Dat heden is ver-eend, Die God haar wensching heeft te gaar, (So wenschelijk) verleend:

Dies laat ons t'samen vrolijk zijn, Op haar gewenschte-Feest: Dat alle droefheyt (door de wijn) Verhuyse, uyt den Geest.

3 Doch yder hou (ook in de vreugd) De rechte Middelmaat: De krone van de ware-deugd: Na Amt, en Plicht, en Staat: 't Is Prijs'lijk, dat men na den tijd, En plaats sich voegen kan: Die met den blijden is verblijd, Dat is een deftig, Man.

4 Laat ons dan juychchen overluyd, En singen, dat het klinkt: Nu dat Maria is de Bruyd, En in haar çieraad blinkt. Op dat het vliegende-gerucht Ons Wedergalm verleng: (Die met dees tijding is bevrugt,) En in Europa breng.

Jacob Steendam.

Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove