Op de Bruydlof van Ian Gelendonk, En Helena Core. Stemme: Schoonste Nimphje van het woud.
1 D'Alder wenschelijkste-wensch Die de mensch Op der aarden mach bejagen, Is dat hy sich siet gepaard, Na sijn aart: Na sijn tijd: en sijn behagen.
2 De gelijkheyt in het bloed, In 'tgemoed, In 'tgeslacht, en in manieren, Bind de lievers (als een band) In dees' stand: Daar wy nu de Feest van vieren
3 Dit heeft onsen Bruydegom, En weerom Sijn beminde-Bruyd getroffen: So dat sy als in 'tgeluk, (Boven druk) Op het wenschelijkste stoffen.
4 Want haar Vaders zijn geweest Blank gevleest, En haar Moeders waren Swarten: Daarom zijn-se (boven dank) Swart, noch blank: Dies sy Swart' en Blanken, tarten:
5 't Geen dan niemand haar benijd, In dees' tijt: Maar elk volge haren zegen: Kiesende sijn waardste-pand In ons land: Mits het hier niet komt gelegen.
6 Laat ons bly, en vrolijk zijn, Druk, en pijn, En haar susters, moeten wijken: Want, de jeugd, en vreugd, en lust (Toe-gerust) Komen op de Saal an-strijken.
7 Om dat dit Ver-énigd-paar, Nu te gaar Klimmen op den Bergb van Hymen: Waar van dat de Negen t' saam (Seer bequaam) Singen, vaarsen, soete-rijmen.
8 Laat ons mede over-luyd, Van de Bruyd, En van haren Bruyd' gom singen: Dat de stem, den Gallem vlug,
Soo te rug, Ons komt in de oren dringen.
9 Binnen Mina's sterk gebou, Daar de trou Is bevestigd van dees' Beyden: Die wy wenschen dat geen nood, Maar de dood, Sal in 't eynde, moeten scheyden
Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove