Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Op 't vertrek van Joannes Foullon: (Opperkoopman op 't Fort Nassou, tot Mouré) uyt Guinea gevaren na Holland, met de Fluyt den Eendracht van Enchuysen, den 22 van Winter-maand, 1645.

WAt hier leefd, en oyt vergaderd Heeft sijn uur, en stervens-tijd. Wat hier (door verselling) naderd Ook een droevig-scheyden lijd: Wat in vriendschap is gebonden Door verkiesing, boven 't bloed, Word te recht wel noyt geschonden: 't By-zijn nochtans bréken moet.

Wat verénigd is op Aarden Word beneden ook verdeeld: 't Moet een ander part an-vaarden, Schoon het lief is, of verveeld: Wat hier lacht, dat held na 't schreyen: Na de Sonne, volgd een vlaag: Na 't berispen wil men vleyen: Niet en is gedurig staag.

Dat dit is, en blijft waarachtig, Sien ik nu, mijn Vriend Foullon: En maakt my de dood in-dachtig: Die noyt ménsch ontvlieden kon. Dus ellendig, bros, en nietig Is den mensch, en wat hem diend: Nochtans vald het meer verdrietig So te scheyden van een vriend.

Scheyd de Nagel van u vinger, 't Kan niet sonder bloeden zijn: Noch ver-rukt Saturnus-slinger Vriend van vriend, met meerder pijn. Doen Elias most verhogen, Door een wagen als van vuur, Elisae (met droeve-ogen) Viel dit scheyden bitter, suur:

Hy hief an, begon te klagen Over 't af-zijn van sijn Heer: Die hem schielijk was ontdragen, En ten Hémel nam sijn keer. Even heb ik grote reden Te beklagen u vertrek, Snellijk, op den dach van heden: Sonder worden, of gesprek.

Word gy niet gevoerd ten Hémel? Langs den af-grond sweefd gy heen, Door het woelende-gewémel Van de Burgery, beneên: Is het op geen Vuur'ge-wagen? 't Is een Water-wagen, siet: Die ons u (schoon u behagen) Dus ontvoerd tot mijn verdriet.

Swaar, en hart viel David 't scheyden Van sijn Trouwen-Ionathan: Daar hy mé wee-moedig schreyden, Tegen 't an-sien van een Man: Ziel en ziel in een gevlochten, Hart an hart (als een) ver-eend, Moeten swaarlijk sijn bevochten, Eer het scheyden word gemeend.

So verlaten sy ook node Haar verselling, na 't gesicht: So was my u scheydens-bode In de Borst, een felle-schicht. Maar het sal en wil so wesen, 't Moet so blijven als het is: Daarom voeg ik my (na desen) Dat ik in geen reden mis.

't Beste dat ik doe is hopen Eens te komen weer te saam, Als mijn maanden sijn verlopen, Die niet veel zijn, so ik raam. 'k Wil u dan een les ver-eeren (Tot gedachtenis) voor 't lest, Vreest den Heere aller Heeren: 't Is u ver' het alder-best.

Want hy is een Harten-kender: Hatende een valschen-schijn: Die sijn naam, sijn ére-schender Straft, met d' alder grootste-pijn. Milde heeft hy u gezegend, Wenschlijk, boven uwen wensch: Siet dan dat gy hem bejegend Dankbaar, als een Christen-mensch.

Eer, en Rijkdom, en Gesondheyt ('t Geen de blinde-wereld vleyd) Is gelijk de ronde-rondheyt Van een bal: die licht verdreyd. Wild daar op dan niet vertrouwen, Maar op hem die 't alles hoord: Die 't uyt-delen, en 't onthouwen Heeft in handen, voort, en voort.

So gy dit betracht, gedurig: En op sijn beloften rust: So gy blijft in yver vurig: So gy zijn genade kust: Sal hy u ook niet verlaten, In de alderhoogste-nood: Maar u (spijt al die u haten) Midden rukken uyt de dood.

Hy sal u altijd geleyden, (Trouw lijk) op des levens-pad: Hy sal u het heyl bereyden: d' On-waardérelijkste-schat. Door het vuur, en door de stromenEsa: 43:2. Sult gy (onbeschadigd) gaan: Gansch geen leed sal u toekomen: Gift, noch pijl en kan u schaan.Psa: 91:3.

Hy sal u (behouden) brengen Uyt dit giftig-Africa: Hy sal u den tijd verlengen, Tot in 't oud-Batavia. 'k Wensch u dit: en (boven allen) Wat gy billijk wenschen meugt: Dat u doen hem mach bevallen: Dat u oog-wit zy de deugd.

Dat gy vry, en onbeschadigd Komt in 't Lieve-Vaderland: Dat God u daar begenadigd Met u Helft, u waardste-pand: Dat gy meugt een van de bloemen Plukken, door een reyne-drift Daar het Y schijnt op te roemen: Als des Aards en 's Hemels-gift.

Dat gy waarde-erf-genamen, (Vruchten van het Huw'lijks-bed) Meugd an-schouwen: na 't versamen, Met gewissens onbesmet. Dat den alderhoogsten-zegen, Geestelijk, en tijdelijk, (Als een koelen soeten-regen) Op u daal: en nimmer wijk.

Jacob Steendam.

Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove