Voor sijnen gewenschten zegen, in 't Veroveren van 't Fort Axem. Stemme: Van den 24 Psalm: De Aard' is onses Gods voorwaar.
1 VErheft u stemmen allegaar, En singt (ô! Goddelijke schaar) Met vreugd, Psalmen, en Lof-gesangen: U God, u Helper, in de nood, En u verlosser van de dood, Een Heer, een Rechter uwer gangen.
2 Hy heeft ons 't Heylig-heyl bereyd, Den hoorne onser saligheyt t' Hans op-gerecht, en begenadigd. Hy is ons Schild, ons Burgt, en Rots: Hy maakt dat self den vyand (trots) (Met al sijn heyr) ons niet beschadigd.
3 Mits dat sy roemen op haar macht: Maar wy, wy sméken met andacht, En bidden Israëls-Behoeder: Wiens oge alle dingen siet, Want hy en slaapt, noch sluymerd niet: Hy sorgd voor ons, gelijk een Moeder.
4 Hy heeft ons heden by gestaan: Hy heeft ons Vyand, door een waan, (Veld-vluchtig) voor ons heen doen vlieden: En na 't seer-yverig Gebed, Ons in haar vastigheyt geset: Verheerlijkt, boven and're lieden.
5 Van hem de overwinning is: Hy maakt dat Mensch, en Vee, en Vis, Ons (onderdanig) eer bewijsen. Hy leyd ons (met een sterke-hand) Ter plaats daar and're ruymen 't Land: Daarom laat ons hem eeuwig prijsen.
6 De vreemde volk'ren: swart en geel, Getaande, wilde, ook ten deel, (Rond-om den ruwen kloot der Aarden) Staan need'rig onder ons gebied: Die hy tot heden toe, verstiet: Daar van, nu veel het heyl an-vaarden.
7 Daar-om ô! mensch (van blijdschap juygd, En u (ootmoedig) neder-buygd, Voor God: met lof, en dank, op heden: Singt (over-luyd) een vreugden-Lied, Ter eeren hem: die milde giet, Sijn gonstens-dau, op ons beneden.
Cookies on Poetry Cove