Eygen na-galmende antwoord, op de vriendschaps-vragen.
2 Sam. 9. 6. 1 Sam. 20. 32.IN 't werk van Ionathan word recht een vriend beschreven.
2 Sam. 1. 26 1 Sam. 20. 9.Diens namen worden hem (met billijkheyt) gegeven.
1 Sam. 18. 1 1 Sam. 20. 4.Sijn hart is 't geen hy geeft een vriend dien hy vereerd.
1 Sam. 20. 14En is ook 't liefste-deel dat hy van hem begeerd.
1 Sam 20. 32In trouheyt is de daad sijn's vriend-schaps staag gelégen.
2 Sam. 20. 9 Mat. 26. 49.Geveynstheyt (in diens schijn) kan hem tot haat bewégen.
2 Timo. 1. 15So lang hy vriendschap pleegd houd hy de naam van vriend
1 Sam. 18. 1. 1 Sam. 25. 32.De deugd is 's vriendschaps-wit, en grond-vest, dat haar diend.
SOete-vriendschap, uwe krachten,
Uwen yver, u geweld
Gaat te boven alle machten:
Daarom word gy noyt ge-veld.
Gy verwind des doods verwoedheyt:
En bedwingt den dwingeland:
Gy ver-acht des levens-soetheyt:
En ontscherpt des Tijgers-tand.
ô! Gy twee Pijthagorijnen
(Die men nau vol loven kan)
Hoe waarachtig doet gy schijnen
Dese Son: als Ionathan.
Noch vaster.