Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Eygen na-galmende antwoord, op de vriendschaps-vragen.

2 Sam. 9. 6. 1 Sam. 20. 32.IN 't werk van Ionathan word recht een vriend beschreven. 2 Sam. 1. 26 1 Sam. 20. 9.Diens namen worden hem (met billijkheyt) gegeven. 1 Sam. 18. 1 1 Sam. 20. 4.Sijn hart is 't geen hy geeft een vriend dien hy vereerd. 1 Sam. 20. 14En is ook 't liefste-deel dat hy van hem begeerd. 1 Sam 20. 32In trouheyt is de daad sijn's vriend-schaps staag gelégen. 2 Sam. 20. 9 Mat. 26. 49.Geveynstheyt (in diens schijn) kan hem tot haat bewégen. 2 Timo. 1. 15So lang hy vriendschap pleegd houd hy de naam van vriend 1 Sam. 18. 1. 1 Sam. 25. 32.De deugd is 's vriendschaps-wit, en grond-vest, dat haar diend.

SOete-vriendschap, uwe krachten, Uwen yver, u geweld Gaat te boven alle machten: Daarom word gy noyt ge-veld. Gy verwind des doods verwoedheyt: En bedwingt den dwingeland: Gy ver-acht des levens-soetheyt: En ontscherpt des Tijgers-tand. ô! Gy twee Pijthagorijnen (Die men nau vol loven kan) Hoe waarachtig doet gy schijnen Dese Son: als Ionathan.

Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove