Ao. 1650. Stemme: Van Psalm 30. Na dat gy Heer.
1. WAakt op, gy die in sonden slaapt: Merkt op, gy die u tijd vergaapt: An-hoord de stem van 's Hemels rey: En 't geen-se tot de Harders sey: Op heden is een Kind Geboren: Waar buyten dat wy zijn verloren.
2. ô! Wonderlijke-wonderheyt, Den Soon tot wien de Vader seyd: 'k Heb heden u gebaard, geteeld, En 't eeuwig-wesen mee gedeeld: Ik sal staf uyt Syon seynden:Psa. 110 Regeerd tot an des Werelds eynden.
3. Dees' onbewegelijke-Rots, Dit eeuwig-Woord, de Sone God's:Mat. 16. 16. (Die door sijn macht de Wereld-draagd)Heb. 1. Is nu geboren uyt een Maagd: Dies word hy in 't gelaat bevonden Een Mensch: alleen om onse sonden.
4. Van Iuda was de Heerschappy, En Iacob lach in slaverny, Wanneer dees Goddelijcke-stem Sijn waarheyd nam: in Bethlehem: Gy Davids-stad zijt niet de kleynste: Uyt u komt voort den alder-reynste.
5. Wanneer dees' Scheut uyt Iesse stam, Uyt Davids-Saad te voorschijn quam. Niet uyt den wil, en 't bloed des Mans: Maar uyt een vrou geworden thans.Gal. 4. 4. Wiens heerschappy is op sijn schoud ren. Wiens dagen hem ook niet veroud'ren.Psa. 102. 28.
6. So lugtig schijnd dees' morgen-Star En wijst der Wijsen oog (van var) Hoe 't Schepsel sijnen Schepper baard: De Maagd word moeder: tegen aart:Jesa. 7. 14 Aarons-Roede draagd Amand'len: Door Zee, en Iordaan kan men wand'len.
Dit is den Engel van 't verbond: Die d Eng'len loven t' aller-stond. Dit is den Harder, groot van macht: Die d' Harders soeken, in der nacht. Dit is de Wysheyt: die de Wijsen Belijden: en volmondig prijsen.
8. Hy die dus in een Krebbe leyd, En als een Kind (ellendig) Schreyd, Ook self de Wereld niet besluyt: Maar Donderd, met een straf geluyd. Hy die in Doeken is bewonden. Ontwind sijn volk: van alle Sonden.
9. Omhelsd (ô! mensch) dien wak'ren Held: Dien Harder: die sijn leven steld Voor ons sijn Schapen: af-gedwaald: Die hy (getroulijk weder-haald: En voerd ons tot sijn eygen Kudden. En wil ons met sijn gonst beschudden.
IACOB STEENDAM. Noch vaster.
Cookies on Poetry Cove