Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Over de vrucht-rijke Hemel-vaard, onses eenigen Salig-makers Jesus Christus. Stem: Van den 133 Psalm: Siet hoe fijn, en lieflijk is t' allen stonden.

1. I Uygd blijde-ziel: ver-heft u van beneden, Om 't hoogste-Heyl (met yver) na te treden: Slaat u gesicht ten Hémel-waart, En siet wie door de wolken hene-vaard, Tot in den throon van d' Opper-Majesteyt: Met heerschappy, en heerlijkheyt.

2. Het is den Soen van Gods gedreygden-toren: Immanuel, ons uyt een Maagd geboren:

Die 't ware Saad der Vrouwen is, De Vrucht des lijfs Maria: die gewis Uyt Davids-lend'nen ons te voor-schijn quam: 't Beloofde-Saad van Abraham:

3. Door wien alle geslachten zijn gezegend, En met den dau van sijne gonst beregend: Den Leeuw uyt Iuda voort-geteeld: Den Leraar, die ons 's Vaders wil beveeld: Den Held die over-winnaar blijft in kamp: En ons verlost, van alle ramp.

4. Den Vrede-Vorst, Voorsegger, Priester, Koning: Den Leyds-man, tot der zielen hoogste-woning: d' Eeuwige-Vader, Wijsheyt, kracht: Des Heeren-Knecht, die hy rechtvaardig acht: De Ochtend-Star, en gulde Middag-Son: Des Levens-Vloed, en Beek, en Bron.

5. Aarons Staf, en Iacobs rechte Ladder, En Mosi-Slang, tot gift van d' oude-Adder: Het ware Man, en Pascha-Lam, De Wortel, en een Spruyt uyt Iesse-stam: Het Eynde van de schaduwen al-t saam: 't Beloofde, voor-ge-beeld-Lichaam.

6. Ons Heyland, en den Harder, van sijn Schapen: De Wech, de Deur, der zielen Schild, en Wapen: Den Waren-God, die Mensche weird, Doch sonder sond' een proy voor 't ongediert, Gevaan, ge-hoond, ge-kruyst, en so vermoord: En in de aard' begraven voort.

7. Die door sijn Dood heeft's Doods-Geweld benomen: En uyt het Graf (als Heerscher) is gekomen Over den Duyvel, Dood en Hel: Hy maakt ons vry, van ziels, en lijfs-gequel. Hy leerd, gebied, sijn macht, en God-heyt blijkt, Waar door hy heeft sijn volk ver-rijkt.

8. Dees' is alsoo ten Hemel op-geklommen, En doet (van vreugd) ons tong, en mond ver-stommen: De Aarde lacht, den Hemel juygd, En 's Hemels-heyr sijn weder-komst betuygd: Gediend van Eng'len, Winden, Wolken, Lucht. Hier rijpt sijns Doods, en Lijdens vrucht.

9. Dees Simson heeft meer helsche-Philistenen In sijnen Dood Gedood, beweegd tot wenen, Als in den loop sijns levens tijd: Daarom dees zegen-kroon behelsd sijn strijd, Hy dringt tot aller Heeml'en Hémel in Bereyd een plaats tot ons gewin.

10. Dit 's Enoch, en Elias vuurge-wagen: Waar door den Mensch ten Hemel word gedragen: Welck Christi-Menscheyt staag om-schrijft. (Die met sijn Geest, en Waarheyt, by ons blijft) Tot hy (als hoofd) sijn lichaam heeft verwekt. Sijn Bruyd (als Bruyd'gom) tot sich trekt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Den distelvink · Jacob Steendam · Poetry Cove