Over de vrucht-rijke Hemel-vaard, onses eenigen Salig-makers Jesus Christus. Stem: Van den 133 Psalm: Siet hoe fijn, en lieflijk is t' allen stonden.
1. I Uygd blijde-ziel: ver-heft u van beneden, Om 't hoogste-Heyl (met yver) na te treden: Slaat u gesicht ten Hémel-waart, En siet wie door de wolken hene-vaard, Tot in den throon van d' Opper-Majesteyt: Met heerschappy, en heerlijkheyt.
2. Het is den Soen van Gods gedreygden-toren: Immanuel, ons uyt een Maagd geboren:
Die 't ware Saad der Vrouwen is, De Vrucht des lijfs Maria: die gewis Uyt Davids-lend'nen ons te voor-schijn quam: 't Beloofde-Saad van Abraham:
3. Door wien alle geslachten zijn gezegend, En met den dau van sijne gonst beregend: Den Leeuw uyt Iuda voort-geteeld: Den Leraar, die ons 's Vaders wil beveeld: Den Held die over-winnaar blijft in kamp: En ons verlost, van alle ramp.
4. Den Vrede-Vorst, Voorsegger, Priester, Koning: Den Leyds-man, tot der zielen hoogste-woning: d' Eeuwige-Vader, Wijsheyt, kracht: Des Heeren-Knecht, die hy rechtvaardig acht: De Ochtend-Star, en gulde Middag-Son: Des Levens-Vloed, en Beek, en Bron.
5. Aarons Staf, en Iacobs rechte Ladder, En Mosi-Slang, tot gift van d' oude-Adder: Het ware Man, en Pascha-Lam, De Wortel, en een Spruyt uyt Iesse-stam: Het Eynde van de schaduwen al-t saam: 't Beloofde, voor-ge-beeld-Lichaam.
6. Ons Heyland, en den Harder, van sijn Schapen: De Wech, de Deur, der zielen Schild, en Wapen: Den Waren-God, die Mensche weird, Doch sonder sond' een proy voor 't ongediert, Gevaan, ge-hoond, ge-kruyst, en so vermoord: En in de aard' begraven voort.
7. Die door sijn Dood heeft's Doods-Geweld benomen: En uyt het Graf (als Heerscher) is gekomen Over den Duyvel, Dood en Hel: Hy maakt ons vry, van ziels, en lijfs-gequel. Hy leerd, gebied, sijn macht, en God-heyt blijkt, Waar door hy heeft sijn volk ver-rijkt.
8. Dees' is alsoo ten Hemel op-geklommen, En doet (van vreugd) ons tong, en mond ver-stommen: De Aarde lacht, den Hemel juygd, En 's Hemels-heyr sijn weder-komst betuygd: Gediend van Eng'len, Winden, Wolken, Lucht. Hier rijpt sijns Doods, en Lijdens vrucht.
9. Dees Simson heeft meer helsche-Philistenen In sijnen Dood Gedood, beweegd tot wenen, Als in den loop sijns levens tijd: Daarom dees zegen-kroon behelsd sijn strijd, Hy dringt tot aller Heeml'en Hémel in Bereyd een plaats tot ons gewin.
10. Dit 's Enoch, en Elias vuurge-wagen: Waar door den Mensch ten Hemel word gedragen: Welck Christi-Menscheyt staag om-schrijft. (Die met sijn Geest, en Waarheyt, by ons blijft) Tot hy (als hoofd) sijn lichaam heeft verwekt. Sijn Bruyd (als Bruyd'gom) tot sich trekt.
Cookies on Poetry Cove