Skip to content
1649

Den distelvink

Jacob Steendam

Stemme: Van Ian-Oom.

SNel gespierde radde-tong, Laat u weder-werkster Klinken: Maakt de oude harten, jong: En belet de manken 't hinken: In dit Wélig Bergse-Veld: Daar 't Gerucht ons vreugd verteld.

Terstond ontwaakten ik: de Goden zijn verdwénen: Ik vond mijn ledekant, en mocht onséker ménen: Dat niet en is gebeurd kan daarom noch geschiên: My dunkt (ô! Lieve Twee) dat ik hier d'uytkomst sien. En nu ik my omtrent den Yssel wat verhoude Heb ik u dit gerijmd, al is't niet so 't wel soude, Het is nochtans gelijk mijn Heldin singt, en spreekt: Want den geleerden is het haast genoeg gepreekt. Mijn wensch ('t geen d'Hémel wil) ô! Weleveld, doet Klinken Dat gy (in 't geen gy wenscht) meugt voor de Wereld blinken, Dat gy gelijk den Berg Libanon kunt bestaan, En Syons hoge spits, die nimmer kan vergaan: Dat gy voor uwen Berg noyt Wijsheyt wild Verbergen, Die van haar (in dees loop) de nagang soude vergen. Voor 't lest wensch ik u 't Heyl hier, en in eeuwigheyt, Soo veel daar oyt van vreugd, of blijdschap, word geseyd. En gy ô! Florentyn die toe den Berg, zijt heerlijk: ô! Flora schoone Bloem, voor uwen Vriend begeerlijk: Ik wensch u so veel luk als 't hart bedenken kan, Dit is dat gy in vree, meugt met u Echte-Man U leven slijten: steeds verseld met duysend lukken: En dat gy (na dat gy u Bloem sult laten plukken) An 'tjeugdig-steeltje weer meugt sien een nuwe Bloem, Tot beyde u vermaak, en u geslacht tot roem. Die d' alder Goden-God gedurig wil bewaren: En geven u op daard 't getal van Nestors jaren: Tot dat de bleke-dood u zielen slaken sal: Wiens woning wederom sal rijsen uyt dit dal.

Jacob Steendam.

Noch vaster.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.