Skip to content
1854

De nachtegaal en het lijstertje

Jacob Lennep

Het nachtegaaltje. Een woord vooraf aan de kleine lezers.

In zijn groene looverzaaltje, Waar het warme zonnestraaltje Vriendelijkjes binnenschiet, Zingt het vrolijk nachtegaaltje Onvermoeid zijn lentelied.

Wat al deuntjes kwinkeleert hij, Wat al trillertjes schakeert hij, Zoet en zangrig voor 't gehoor! En geen ander loon begeert hij Dan een toegenegen oor.

'k Weet een boekje met gedichtjes, Vol van prentjes en gezichtjes, En van buiten marokijn: Laat dat boekje, zoete wichtjes, U een nachtegaaltje zijn

Neemt de proef eens, lievelingen! Kijkt het in, en 't zal u zingen Mooije liedjes bij de vleet, Snaaksche stukjes, wondre dingen, Die ge zeker nooit vergeet!

Mogt ge dat de waarheid vinden, Lieve kindren, welbeminden! Grooter vreugde hadt ge niet, Dan het drietal kindervrinden, Dat u 't Nachtegaaltje biedt.

t. K.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.