Skip to content
1627

Nieu liedt-boeck genaemt den Amsterdamsche pegasus

Jacob Janszoon Colevelt

Stemme: Cupido, geeft my raedt, &c. AErtsche Princes: die met u pracht en praels ghefloncker Ontmant eens menschen breyn, maeckt den hov'linghsen Joncker Een kint, geen kint, maer eer, onwetend', dol, en bles, Treft het verliefd gemoed, ey soete Tooveres: 2 Als ghy met u gewaed' het hof comt door braveren In ritselende zijd', in Coninghlijcke kleren, Die eens met u gesicht aendachtig word' begluurt, Is, of sijn swacke Ziel aemtochtigh leyt bemuurt. 3 De hayren van u hooft strickt ghy so deur makand'ren, Die weet gy dag en uur van snoeren te ver'andren, En vlechtse als een Crans so schoon, so waerd' ten toon, Dat yeder die u siet, dees dracht is onghewoon. 4 U wangen bloosend'-root en hebt ghy niet bestreken Met eenich vermelioen, om 't minnend' hart te breken, Noch ghy gebruyckt geen kruyt, het welck soetgeurigh ruyckt: Natuur u so begaeft, in u deught elck ontluyckt. 5 Het aensicht niet besneen, de neus, de mont, de tanden, De lipkens als een kars, de wel-vol-toyde handen, Het lichaem soo verciert, dat selfs de groote Godt, En goden t'eenemael in 't wesen syn versot. 6 De welgeschapen le'en vertoonen haer so aerdig, Dat yemant die 't be-ooght, die seyt: voorwaer s' is waerdigh Een Coning, Prins, of Vorst, dat om haer courtoysy: Dan ick leef nu gerust, ick min haer, sy mint my. 7 Eerbiedigh met ontsagh, komen ghedienstig groeten,

Voor liefdens-kosery, soo buyghen voor de voeten Veel Ed'len als verblind', doch sy acht geen gevley, Maer geeft de reden plaets voor 't janckende geschrey. Prince. 8 Goddinne die ic roem: u Jeugt en lents Jaren Syn waerlijc op het soetst' vant' lieffelic vergaren: Als't u moghende vrou bevallijck valt gheel, Wensch ick, en anders geen, tot mijn volcomen deel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.