Skip to content
1618

Silenus Alcibiadis, sive Proteus

Jacob Cats

Quod petis, jntus habes.

MEn houft geẽ meerder cracht in handen, ledeẽ, sinnen, Als om sijn eyghen selfs te connen overwinnen? Den mensch, wie dat hy zy, en dient geen meerder goet, Als om, met God, in rust te stellen sijn ghemoet. Ten waer ons niet van nood naer meerder vreught te jaghen, Indien een yder cond' sijn eyghen gheest behaghen. Gheen vvetenschap is nut, wat leertmen jaer aen jaer? Als om sijn eyghen selfs te kennen gansch en gaer. Wat looptmen dan soo verr', en sweeft met alle winden? Al watmen buyten soeckt, is binnen ons te vinden: Vrient wildy wesen sterck, rijck, vroylijck, en gheleert, En soeckt niet hier of daer; maer u tot uwaerts keert.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Silenus Alcibiadis, sive Proteus · Jacob Cats · Poetry Cove