L.
Lesse voor de nieu-gehoude,
21.a.
Liefde is de gront vande eenicheyt,
2.21.b.
Liefde vande man hoedanich moet wesen over sijn geselschap,
2.20.b.
Lywaet en het ghebruyck daer van,
2.92.b.
Ledicheyt en is gheen vermaeck voor een rechtschapen mensche,
2.122.b.
Leer-stucken uytten hof ontleent,
2.124.a.
Leer-stuck van het saeyen ghenomen,
2.125.a.
Leer-stuck van het Inten,
2.125.b.
Leer-stuck vanden moerbesy-boom,
2.125.b.
Listicheyt van sommighe vrouwen om moy ghekleet te gaen, met toestaen selfs van sparige mans,
2.95.a.
Leenen byde ghebueren ofte vrienden van eenigen huys-raet of diergelijcke te myden by de jonghe vrouwen,
2.99.a.
Lorssen en borghen (oock van kleyne dingen) mis-prijselick,
2.101.a.
Lusten vande swanghere vrouwen en hoe sich daer in te hebben,
3.38.
Lam by een geyte ghesooght krijght harder wolle,
3.49.
Leugen en hartneckicheyt de kinders voor al af tegewennen,
3.60.
Latijnsche tale hoe by kinders gheleert kan worden sonder schole gaen,
3.64.