Skip to content
1625

Houwelick

Jacob Cats

Korael.

HEt lieffelick corael, een dracht van jonge dieren, Is even voor de bruyt een regel van manieren, Want siet! als dese plant' in diepe kreken wast, Dan isse duyster-groen, en van een weecken bast: Maer eenmael uytte gront, en vande steel gescheyden, Soo gaet de gantsche schors haer anders toebereyden; Want t'geen was sonder glans, en uyttermaten sacht, Wort tot een schoone verw, en vaste stof ghebracht. Des kan het nieu juweel veel ongemacken helpen,Siet Plin. l. 32. c. 2. & lib. 36. cap. 59. Solin. cap. 8. Albert. lib. 2. cap. 3. Het maeckt een vaste maech, en weet het bloet te stelpen, Het stijft het swacke breyn, en zijnen kouden vloet, En is noch boven al de jonge kinders goet. Hoort, vryster, teer gewas; die eertijts waert verholen Off in u ouders huys, of inde fransche scholen,

Nadien ghy door den man komt in het open licht, Soo toont nu beter glans, in desen nieuwen plicht. Ghy waert van weecken aert, en tanger inde leden, Ghy waert van rauwe stof, en groen in uwe seden, Ghy laecht, als inde nacht, stil, duyster, sonder naem,De Griecxsche maechden begonnen eerst hare jaren te rekenen van haren trou-dach, als ofse dan eerst hadden beginnen te leven. Plutarch. Geweldich onbewust, in velen onbequaem: Komt nieu-gepluckte spruyt, verandert u manieren, Weest heylsaem inde mont, leert wacke sinnen vieren, Weest eerbaer van gelaet, van tong en herte kuys, Een troost voor uwen man, een moeder voor het huys.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Houwelick · Jacob Cats · Poetry Cove