O.
Of het dienstight is dat vrysters veel besoucks hebben van jonge lieden,
1.22.
Om het goet, schoonheyt, en dierghelijcke saecken te trouwen is ongheraden,
1.34.
Oude man by een jonghe vryster of getrout dient, en wanneer,
1.35.
Onders haer kinderen radende tot eenigh onbequaem ofte onaengenaem partuyr, hoe te bejegenen,
1.36.
Of de teere schaemte, ofte hoofsche vrymoedicheyt de maeghden ende vrysters beter staet,
2.23.24.
Oneerlick geklap hoe te bejegenen,
2.20
Oneenigheyt in religie maeckt groote oneenigheyt int huwelick,
2.32.
Of veynsen in saecken van vryagie geoorloft is,
2.39.
Of een vryster in eenich huwelick mach bewilligen met bespreck, soo haer vader sulx goet vint,
2.39.
Ouders gesagh in saecken van huwelick,
2.40.
Ouders en moeten hare kinderen niet tegen haren ingeboren aert uyt hyliken,
2.41.
Onkuysche liefde en heeft gheen vasticheyt,
2.47.